De kleuren van Friesland zijn: rood en geel. Dat komt door de baksteen. Van oudsher wedijveren de rode en de gele steen om de eer, en ook al heeft geel een gevoelige nederlaag geleden in de afgelopen eeuwen, toch is de strijd bepaald nog niet definitief beslist: het 'geeltje', de pre-industriële gele steen, is momenteel goud waard, en niets wijst erop dat de rode ooit eenzelfde naijlende waarde zal krijgen. Het zou daarom goed kunnen dat de gele steen, die voor het merendeel te vinden is in zij- en achtergevels, na eeuwenlange achterstelling toch nog wint.



Dat hoeft niet te betekenen dat de gele baksteen voortaan de voorgevel siert. Het kan ook betekenen dat de kleur geel de belangrijkste wordt, niet alleen in baksteen, maar ook in verf en in andere materialen. Dat is nu namelijk al het geval met rood en geel. Gestucte gevels zijn nu meestal rood of geel. Houtwerk is, vooral in het zuidelijk deel van Friesland, rood en geel geschilderd. Luiken zijn vaak rood en geel. Zelfs het straatmeubilair van moderne winkelcentra is rood en geel. Maar wat voor vorm het rood en geel vandaag de dag ook aanneemt, het vindt zijn oorsprong in de kleuren van de baksteen. Dat valt het best te ontdekken aan de muren van oude kerken. Daarin zijn vaak de oudste stenen nog terug te vinden naast de nieuwere - als in een schilderij zijn ze met veel zorg gecombineerd in hun uiteenlopende vormen en kleuren. Pure kunstwerken levert dat op. Nooit als zodanig bedoeld natuurlijk, en misschien juist daarom des te overtuigender. Er is geen provincie waar de kleurgeschiedenis zo helder en levend te aanschouwen is. Ieder dorpje heeft zijn interessante muren als je ze bekijkt vanuit de strijd tussen het rood en geel. En geen verhaal is hetzelfde: zo gaat dat met levende geschiedenis!



Omdat het een fenomeen is waar je waar je voor moet stoppen om het goed te kunnen bekijken, ligt het voor de hand om een stad als uitgangspunt te nemen. Harlingen bijvoorbeeld. Niet te groot, en niet te klein om toch een stad te zijn. In Harlingen wandelt u een uurtje rond met het oog op rood en geel, en na een kopje koffie zakt u af naar het zuiden, langs de dijk. In Makkum, Hindeloopen of Staveren stopt u eveneens voor een korte wandeling om te zien wat er in een zelfbewuste, allereerst toeristische omgeving, met het rood en geel wordt gedaan. Vervolgens zet u, eventueel via het bosrijke Gaasterland, de tocht voort naar Woudsend, om daar de steegjes te verkennen. In die steegjes, de 'achterkant' van de stad, zijn namelijk de mooiste voorbeelden van onbedoelde baksteenkunst te vinden. Zonder gids, zonder boeken of kaarten, en zonder musea. Dit is iets wat iedere Nederlander, Baksteenlander, en zeker één die bezig is met kleur, met zijn eigen ogen moet doen.