Vakwerk, de bouwwijze waarbij een houten skelet wordt onderverdeeld in vakken die opgevuld worden met leem of klei, is in Nederland alleen nog te vinden in Twente en Zuid-Limburg. In Twente is het kleurbeeld meestal bruin met wit, in Zuid-Limburg zwart met wit. Op zich zijn dat bepaald geen uitzonderlijke kleurcombinaties in Nederland. Waarom is het fenomeen dan tóch interessant als kleurspoor? Vanwege de kleurige geschiedenis ervan.



In de vroegste tijden was het hout en de leemwand in de vakken kaal, en had het vakwerkhuis dus de bruine kleur van het hout, en de gele van de leem. Toen sommigen rijk genoeg waren om geld uit te geven aan teer en kalk, gingen zij hun huis daarmee beschermen. En toen er pigmenten beschikbaar kwamen, deden sommigen die door de witkalk heen, waardoor sommige huizen blauw, andere geel of rose, en weer andere lichtgroen werden. Tegenwoordig zou je die tinten pasteltinten noemen, maar ze waren 'aardiger' - in de zin van 'aard'-pigmenten.
Het Zuid-Limburgse heuvellandschap heeft er in die tijd vrolijk uitgezien met al die kleuren in het groen.

Onder invloed van een Hollandse, zeg maar Calvinistische soberheid die Nederland in de vorige eeuw in zijn ban heeft gekregen, zijn, zelfs hier in het 'Katholiekste' deel van Nederland, de kleuren van het vakwerk verdwenen, om weer plaats te maken voor het strenge zwartwit.
Ongeveer tegelijkertijd kwam het toerisme op gang, en zo is heel Nederland vertrouwd geraakt met het zwartwit beeld van het Zuid-Limburgse vakwerk. Het 'armere' zwartwit kreeg door de associatie met de luxe van het toerisme, een betekenis van nieuwe rijkdom.

Niet veel later werd het weekend- of vakantiehuis ontdekt. De Hollander met een goede baan kocht een tweede huis, en wilde dat zo authentiek mogelijk maken. Terwijl de autochtonen schouderophalend toekeken, werd, al dan niet in samenwerking met Monumentenzorg, de verleden tijd teruggebracht, als een kostbaar goed. En zo kon het gebeuren dat de armoedigste, naakte verschijningsvorm van het leem, in al zijn gele schoonheid, opgang ging maken... Zo roepen de rijken van nu de armoedige tijden van weleer opnieuw tot leven, en worden deze door sommigen zelfs verheven tot het hoogste goed.



Route
De route begint in Mechelen. In Höfke even stoppen voor de verzameling vakwerkboerderijen die daar staat. Vanuit Epen maakt u een rondje over Terziet en Diependal, wellicht te voet, om te genieten van de vakwerkhuizen in het prachtige heuvellandschap. Van Epen vervolgens verder naar Slenaken en Noordbeek; van daar even de grens over om het niemandsland bij de grens te proeven. Van Mesch omhoog naar Sint Geertruid.
In Sint Geertruid kunt u op de Schoolstraat 7 naar 'Limburg in Miniatuur'(043-4083339), waar u meer te weten kunt komen over de geschiedenis van het vakwerk. Dat kunt u ook doen met de recentelijk verschenen Capitool Reisgids voor Maastricht & Zuid-Limburg, die verkrijgbaar is bij de boekhandel en alle vestigingen van VVV Zuid-Limburg.